
Verdreven uit Wenen
Friedrich ‘Fritz’ Feigl werd in 1891 in Wenen geboren. Hij studeerde er scheikunde en bouwde tijdens het interbellum een succesvolle academische loopbaan uit aan de Universiteit van Wenen. Vanaf 1928 was hij er Privatdozent en in 1935 werd hij benoemd tot buitengewoon hoogleraar.
Feigl had toen al internationaal naam gemaakt met zijn onderzoek naar de chemische microanalyse. Al in 1918 ontwikkelde hij zijn zogenaamde Tüpfelmethode, later internationaal bekend als spot tests. Daarbij volstonden uiterst kleine hoeveelheden van een stof om bepaalde ionen te identificeren. Door een chemische reactie op bijvoorbeeld filtreerpapier ontstond een karakteristieke kleur. Zo konden anionen en kationen worden aangetoond in hoeveelheden van minder dan 10 microgram.
Die technieken waren niet alleen bijzonder gevoelig en goedkoop, maar droegen ook bij tot de verdere ontwikkeling van methoden zoals de papierchromatografie. Feigl geldt daarom als een van de pioniers van de moderne chemische microanalyse.
Zijn wetenschappelijke reputatie bood hem echter geen bescherming tegen het nationaalsocialisme. Na de Anschluss van Oostenrijk bij nazi-Duitsland in maart 1938 werden Joodse academici systematisch uit de universiteiten verwijderd. Ook Feigl verloor zijn positie.
Een toevluchtsoord in Gent
Feigl verliet Oostenrijk en kwam in 1938 in Gent terecht. Daar kon hij zijn wetenschappelijke werk voortzetten bij de Société Belge de Recherches et d’Études, waar hij hoofd van het onderzoekslaboratorium werd. Gedurende bijna twee jaar was de stad zijn professionele thuis en kon hij er verder werken als chemicus.
Feigls microchemische onderzoeksmethoden vonden onder meer weerklank in het Laboratorium voor Analytische Chemie van de Gentse universiteit met onder meer chemicus Edmond Bontinck.
Opmerkelijk is dat Feigl bij de Société Belge de Recherches et d’Études werkte aan de ontwikkeling van een adsorptiemiddel voor gasmaskers.
Opnieuw ingehaald door de oorlog
Zijn Gentse toevluchtsoord bleek van korte duur.
Na de Duitse inval in België in mei 1940 werd Feigl paradoxaal genoeg niet onmiddellijk als slachtoffer van het naziregime behandeld, maar vanwege zijn Oostenrijkse afkomst als ‘enemy alien’ beschouwd. Zoals talrijke Duitse en Oostenrijkse vluchtelingen werd hij gearresteerd en naar Frankrijk gedeporteerd. Het was een van de wrange situaties waarmee Joodse vluchtelingen in mei 1940 werden geconfronteerd: mensen die juist voor Hitler waren gevlucht, werden door de geallieerde autoriteiten vanwege hun nationaliteit als potentiële vijanden geïnterneerd.
Voor Feigl begon opnieuw een vlucht. Met hulp van de Vrije Franse strijdkrachten wist hij uiteindelijk te ontsnappen. Via Portugal kon hij Europa verlaten en naar Brazilië reizen.

Een nieuw leven in Rio de Janeiro
In Brazilië begon Feigl voor de tweede maal aan de wederopbouw van zijn wetenschappelijke carrière. In 1941 werd hij afdelingshoofd van het laboratorium voor minerale producten van het Braziliaanse ministerie van Landbouw in Rio de Janeiro.
Daar bleken zijn microanalytische methoden ook een grote praktische betekenis te hebben. Met behulp van Feigls technieken konden in Brazilië verschillende nieuwe bronnen van grondstoffen worden opgespoord en geïdentificeerd. Zijn werk droeg daarmee niet alleen bij aan de analytische chemie, maar ook aan de economische ontwikkeling en kennis van de natuurlijke rijkdommen van zijn nieuwe vaderland.
Feigl groeide uit tot een internationaal erkende autoriteit op het gebied van de analytische chemie. Zijn naam bleef vooral verbonden met de spot tests die hij gedurende zijn carrière steeds verder verfijnde. Zijn boeken over kwalitatieve analyse en spot tests werden standaardwerken voor generaties chemici.
Ook buiten het laboratorium speelde hij een belangrijke rol. Feigl werd actief binnen de Braziliaans-Joodse gemeenschap en vertegenwoordigde haar ook internationaal. Daarmee werd de vluchteling uit Wenen niet alleen een belangrijke Braziliaanse wetenschapper, maar ook een prominente figuur binnen het Joodse leven van zijn nieuwe land.
Gent als tussenstation van wetenschap en ballingschap
Het verhaal van Fritz Feigl is interessant omdat het toont hoe Gent eind jaren dertig deel uitmaakte van een veel groter netwerk van Joodse wetenschappelijke vluchtelingen.
Feigl kwam niet naar Gent omdat hij er een nieuwe carrière had gepland. Hij kwam omdat de universiteit en uiteindelijk zijn land hem vanwege zijn Joodse afkomst hadden uitgesloten. Toch slaagde hij erin hier opnieuw een onderzoekslaboratorium te leiden en wetenschappelijk actief te blijven.