Paul M.G. Lévy (1910-2002): van Gentse familiewortels tot symbool van Europa

Wie vandaag de blauwe Europese vlag met haar twaalf gouden sterren ziet, denkt waarschijnlijk niet meteen aan Gent. Toch loopt er een verrassende link van de stad naar de ontstaansgeschiedenis van een van de bekendste symbolen van het naoorlogse Europa.

Centraal daarin staat Paul Michel Gabriel Lévy (1910-2002): journalist, verzetsman, oorlogscorrespondent, professor en een van de ambtenaren die binnen de Raad van Europa jarenlang werkten aan een gemeenschappelijk Europees symbool.

Zijn band met Gent liep in de eerste plaats via zijn moeder, Hélène Duivepart, maar ook zijn eigen carrière begon gedeeltelijk in de stad.

Een Gentse moeder: Hélène Duivepart

Paul Lévy werd op 27 november 1910 in Elsene geboren als zoon van Isidore Lévy en Hélène Duivepart. Achter die twee namen gingen twee heel verschillende familiegeschiedenissen schuil.

Zijn vader Isidore had als kleermaker gewerkt in Frankrijk, Groot-Brittannië en Tunesië voordat hij zich in België vestigde als vertegenwoordiger van Franse firma’s. Tijdens de Eerste Wereldoorlog was hij in 1915-1916 politiek gevangene. In 1925 verwierf hij de Belgische nationaliteit.

De Gentse connectie kwam van Pauls moeder. Hélène Duivepart stamde uit een burgerlijke, Franstalige Gentse familie van Nederlands-Joodse oorsprong. Haar voorouder Gustave (Gabriël) Duivepart was in 1839 in Rotterdam geboren en maakte jarenlang deel uit van het bestuur van de Joodse Gemeente in Gent (zie chronologie Joodse Gemeenschap Gent op deze site). Hij woonde een tijdlang in de Keizer Karelstraat 105. Verschillende familieleden waren ’tandarts-chirurgijn’.

Voor Paul Lévy betekende dit dat zijn achtergrond van meet af aan verschillende werelden samenbracht: langs vaderszijde een Joodse familie met internationale wortels, langs moederszijde een Franstalig-Gents burgerlijk milieu met Joods-Nederlandse antecedenten.

19de-eeuwse reclameboodschap voor die diensten van chirurgijn-tandmeester Duivepart.

Paul Lévy keert zelf terug naar Gent

De band met Gent bleef bovendien niet beperkt tot zijn moeder. Lévy studeerde handelswetenschappen aan de Université libre de Bruxelles en behaalde al in 1930 zijn diploma. Kort daarna begon hij les te geven. Van 1931 tot 1933 doceerde de nauwelijks twintigjarige Lévy statistiek aan de École des Hautes Études de Gand. Daarna gaf hij ook les aan de École des Hautes Études de Belgique in Brussel.

Van de radio naar Breendonk

In 1933 nam zijn leven een andere richting. Lévy ging aan de slag bij het Nationaal Instituut voor de Radio-omroep (NIR/INR). Hij begon als redacteur van het gesproken nieuws, werd reporter en groeide uiteindelijk uit tot een belangrijke figuur binnen de informatiedienst.

De Duitse inval van mei 1940 veranderde alles. Toen de bezetter de Belgische radio onder controle bracht en vanuit de lokalen van het NIR het gecollaboreerde Radio Bruxelles liet uitzenden, weigerde Lévy eraan mee te werken. Die weigering had zware gevolgen. Hij werd gearresteerd en opgesloten in het Fort van Breendonk.

Voor Lévy was het gevaar bijzonder groot vanwege zijn Joodse afkomst. Na zijn vrijlating in november 1941 slaagde hij er uiteindelijk in België te ontvluchten. In juli 1942 bereikte hij Londen. Daar werkte hij onder meer voor de Belgische regering in ballingschap en was hij betrokken bij het zogenaamde project Samoyède.

In 1945 trok hij als oorlogscorrespondent door het bevrijde Europa. Volgens zijn biografen was hij de eerste westerse journalist die de Sovjet-bezettingszone binnendrong.

Zijn ervaringen in Breendonk zouden hem zijn hele leven blijven bezighouden. Hij schreef later onder meer over het kamp en over zijn weigering zich in 1940 aan de bezetter te onderwerpen.

Een Gentenaar langs moederskant wordt Europeaan

Na de oorlog maakte Lévy heel even de overstap naar de politiek. In 1946 werd hij voor de Union démocratique belge verkozen in het arrondissement Nijvel, maar hij gaf zijn mandaat al snel op om naar de radio terug te keren. Vervolgens kwam een nieuwe internationale uitdaging.

Lévy werd de eerste directeur van de informatiediensten van de Raad van Europa in Straatsburg. Daar raakte hij betrokken bij een probleem dat op het eerste gezicht bijna banaal leek: hoe moest het nieuwe Europa zichzelf voorstellen?

Europa had een symbool nodig. En Lévy was een van de centrale personen in de zoektocht daarnaar.

De man achter de Europese vlag

Dat Lévy ‘de Europese vlag ontwierp’, is te eenvoudig als verhaal. De ontstaansgeschiedenis duurde jaren en er waren talrijke ontwerpers, ambtenaren en politici bij betrokken. Maar uit de archieven van de Raad van Europa blijkt hoe opvallend centraal Lévy in het hele proces stond.

Al op 23 november 1949 schreef hij een memorandum aan secretaris-generaal Jacques-Camille Paris over de noodzaak van een Europese vlag. Daarna passeerden jarenlang voorstellen, ontwerpen en brieven via zijn bureau. Hij correspondeerde onder anderen met Richard Coudenhove-Kalergi, Salvador de Madariaga en Arsène Heitz.

Er werden kruisen voorgesteld, sterren, verschillende kleuren en allerlei combinaties daarvan. Vooral een kruis bleek politiek problematisch: onder meer Turkije verzette zich tegen een symbool dat te nadrukkelijk christelijk kon worden geïnterpreteerd. In 1952 correspondeerde Lévy daar uitvoerig over.

Langzaam kwam het idee van gouden sterren op een blauwe achtergrond bovendrijven. In mei 1953 gaf Lévy opnieuw een presentatie voor de bevoegde commissie, waarna die voorlopig koos voor gouden sterren op azuurblauw. Uiteindelijk werd in december 1955 de bekende vlag met twaalf gouden sterren aangenomen.

Die vlag werd in 1986 ook het symbool van de Europese Gemeenschappen en vervolgens van de Europese Unie.

Zelfs het Europese volkslied passeerde langs Lévy

En er is nog een opmerkelijk detail. Ook bij de voorgeschiedenis van het Europese volkslied duikt zijn naam op.

Op 3 augustus 1955 schreef de Europese pionier Richard Coudenhove-Kalergi Lévy aan met het voorstel om Beethovens Ode an die Freude uit de Negende Symfonie als Europese hymne te gebruiken. Op 5 september antwoordde Lévy hem. De originele correspondentie wordt vandaag bewaard in de archieven van de Raad van Europa.

Het zou nog jaren duren voordat Beethovens melodie officieel het Europese volkslied werd, maar opnieuw zat Lévy opvallend dicht bij het begin van het verhaal.

Meer informatie

Geef een reactie